Woensdagavond. onze kapitein van dienst — niemand minder dan voorzitter Johan — stond niet paraat. Hij stuurde zijn kat, en die had duidelijk geen koersbenen.
Gelukkig kwam er redding uit onverwachte hoek. Fred, onze locomotief uit het verre Maasmechelen, sprong fluks in zijn stalen ros (of was het een snellere vierwieler?) en stormde richting Oostende. Binnen no-time stond hij in het zadel, klaar om het peloton te gidsen door een tocht die de geschiedenisboeken zou ingaan als de Poggio-marteling.
Met negen gemotiveerde NWO’ers en gastrijdster Sofie – die meteen werd ondergedompeld in de unieke mix van zweet, humor en labeur – trokken we richting de legendarische Poggio. Lang geleden dat we die nog beklommen hadden, en met Fred aan het roer weet je: één keer is geen keer.
De opwarming? Die kwam via de “Lookhuisstraat”. Niet om naar te kijken, wel om op te vloeken. Meer dan een kilometer kasseien, genoeg om elke vulling uit je tanden te rammelen. De helft van het peloton dacht al heimelijk aan een Keyte in De Vlas, maar nee hoor…
Afdaling gedaan? Prima. Tijd voor Poggio nummer twee. Stampen, stoempen, puffen en zuchten. Net toen we boven waren en dachten “ça va, we overleven het”, kwam Fred met de verrassing van de dag: “We doen nog een toerke!”
En jawel hoor, Poggio nummer drie. Alsof je na twee shots espresso nog denkt: “Doe mij er nog eentje, maar dan met sambal.”
Maar zoals altijd bij NWO gold ook nu: afzien met stijl. En dus bolde het peloton uiteindelijk, lichtjes getraumatiseerd maar voldaan, richting De Vlasschaard. Daar werden spieren hersteld met een frisse pint, verhalen aangedikt en gezichten terug in plooi gebracht.
Tot zondag, hopelijk dan met een kapitein die zijn kat niet meer stuurt… tenzij ze kan klimmen natuurlijk.
Sec AI